|
|
-
Het Boeddhisme is in de eerste plaats een
heilsleer. Het bekommert zich niet om intellectuele,
psychologische en parapsychologische prestaties noch om
wetenschappelijke problematieken. Het is dan ook geen geneesmiddel
tegen stress of psychosen, noch aspirine noch tranquillizer. Het
Boeddhisme heeft geen uitstaans met enige vorm van persoonlijk
welbehagen of ‘zich-fijn-voelen’. Het enige objectief is het
realiseren van een direct inzicht in en de levende ervaring van de
bevrijding uit het ‘lijden’. Alle overige fysische of mentale
verschijnselen zijn bijzaak. En in belangrijke zaken zoals het
spirituele heil, hechte men geen belang aan bijkomstigheden!
De
Leer van de Boeddha leert ons hoe waarheid en volmaaktheid enkel
doorheen een geestelijke evolutie van de mens zelf kunnen ervaren
worden. Om daartoe te komen, volstaat het niet ‘aan iets’ te
geloven of een of andere doctrine aan te kleven. Shakyamuni heeft
overduidelijk aangetoond dat het hele universum, met al zijn
mogelijke werelden, met al zijn dimensies en wezens van welke aard
ook, één grote eenheid vormt waarvan men enkel kan stellen dat
het in voortdurende verandering is en dat alle dingen en wezens
relationeel met elkaar verbonden zijn. Alle afzonderlijke dingen
ontstaan en vergaan, worden en ontworden, onophoudelijk, volgens
een natuurlijke wetmatigheid, alles bewogen door oorzaken en
omstandigheden die eigen zijn aan het bestaan zelf. En van dat
veranderende universum kunnen wij, beperkte wezens, noch het begin
noch het einde noch de uitgestrektheid noch de vorm
bevroeden.
Shakyamuni leert dat het menselijke wezen niet
de optelling is van een fysisch lichaam en van een onstoffelijke,
onsterfelijke substantie (‘ziel’, ‘zelf, ‘ego’,
‘atman’…). De mens is immers, net zoals alle dingen en
wezens, een composiet van steeds wisselende structuren en
processen, alle onstandvastig en geconditioneerd. Dat agglomeraat
zal blijven ‘branden’ zolang er ‘brandstof’ toegevoerd
wordt.
De Boeddha leert ons dat bij wat wij de ‘dood van
een mens’ noemen, de vitale energieën vrijkomen door de
ontbinding van de lichamelijkheid, van de wil en van het
bewustzijn. Deze vrijgekomen energieën produceren de voorwaarden
voor een nieuwe biologische geboorte. Uit de dood komt het leven.
Dat is de kringloop van het bestaan, het levensrad, de wereld van
lijden, dood en geboorte.
Hierbij moet men wel bedenken dat
het foutief is in het Boeddhisme te spreken van ‘zielsverhuizing’
of ‘reïncarnatie’, vermits het bestaan van een ziel die zou
‘verhuizen’ of ‘reïncarneren’ principieel wordt
ontkend.
Dit leven van lijden, dood en geboorte maakt,
boeddhistisch gezien, onze existentie van veranderlijkheid,
illusie en ontgoocheling uit. Hoe meer men doordrongen raakt van
de feitelijkheid van deze toestand, des te sterker voelt men de
aandrang zich hieruit te bevrijden.
Het begrip ‘zonde’
betekent in boeddhistische context niet het overtreden van een
goddelijk gebod of verbod: er wordt immers geen God-Schepper of
God-Rechter, maatstaf van ‘goed en kwaad’ erkend. ‘Zonde’
is elke daad, elk woord, maar in de eerste plaats elke gedachte en
elk gevoel dat voortspruit uit haat, uit begeerte en uit de
ik-illusie. ‘Zonde’ is datgene wat het ervaren van eenheid met
alle wezens in de weg staat en de helderheid van geest
benevelt.
Ofschoon termen als ‘zonde’ of ‘goed en
kwaad’ eigenlijk niet thuishoren in dergelijke optiek, wordt er
toch groot belang gehecht aan de intentie alle onheilzame
handelingen, woorden en gedachten te vermijden en het heilzame te
doen. Dit is niet gebaseerd op de angst voor een straf noch op een
verlangen naar beloning, maar op de diepe overtuiging van de
noodzaak van een natuurlijke, spontane en grenzeloze harmonie met
alle wezens.
De ware zin van het leven ligt voor een
boeddhist niet in jacht naar rijkdom, welbehagen, eerbetuigingen,
macht of andere individuele genietingen. De zin die hij aan zijn
leven wil geven is het spirituele uitgroeien naar wijsheid en
ego-loze liefde. Hij weet dat het Licht van het juiste begrijpen
zijn lijdenswereld kan overstralen, wanneer de zwarte wolken van
haat en begeerte en de kleverige nevels van onwetendheid en
begoocheling uit zijn gemoed zullen geweken zijn.
In dit
Licht ervaart hij de ware natuur van alle wezens. En deze ware
natuur is niets anders dan het Boeddhaschap. Voor de boeddhist is
daarom het doel van het bestaan gewoonweg Boeddha-worden. De
Boeddha is immers geen ‘god’ zoals wel eens gedacht wordt,
maar de belichaming van het Volkomen Verlichte Wezen: Wijsheid en
Mededogen. Hij is de ‘wezenheid’ van volkomen harmonie en,
vanuit de menselijke optiek, het ideaal van het Mens zijn.
Het
Boeddhaschap drukt de diepe aard van de Verlichting en van het
Nirvana uit. De Geboorte in het Reine Land symboliseert de
geestelijke gerichtheid van de mens naar de verwezenlijking van de
Uiteindelijke Verlichting. Daarom is het Boeddhaschap de
volmaaktheid van wijsheid, de onbegrensdheid van het mededogen en
de oneindige kracht het heilzame te doen.
Aldus kan het
Boeddhisme dan ook geen pessimistische levenshouding zijn. Het is
daarentegen een integraal optimisme overheen deze wereld en het
lijden dat deze wereld tekent. Aangezien het Boeddhaschap de diepe
basis van al het bestaande is, is het zaad van de verlichting dan
ook in alle wezens aanwezig.
Dit zaad wacht enkel op het
moment van kiemen en ontwaken.
Commentaar Willem Als je
heel dit verhaal naar de dieren gaat vertalen betekent dit
kortweg;"Wat u niet wil dat u geschiedt, doet gij dat een
ander ook niet". Een dier is ook een ander die kan lijden
zoals wij. In het boeddhisme staat niet expliciet dat wij geen
vlees mogen eten, maar als je het in het Boeddhisme groeit en je
volgt het streven naar mededogen, harmonie en wijsheid is
vegetarisme een logische stap in die ontwikkeling. Mededogen met
het dier als individu, harmonie met de natuur die je heel zwaar
belast met het eten van vlees. En wijsheid is het weten dat genot,
voortvloeiende uit onder andere het eten van vlees (maar ook vele
andere dingen), gewoonweg een illusie is waar je slaaf van bent en
die je remt in je geestelijke groei. Vegetarisme is dus een
onderdeel van geestelijke groei. Maar die stelling komen we ook
wel tegen in andere geloven, al dan niet als een interpretatie van
uitspraken. Bijna alle geloven verkondigen dat soberheid tot meer
geestelijke groei leidt. Vegetarisme is een vorm van
soberheid
Inmiddels heb ik een tekst gevonden waarin
Boeddha het zou verbieden. Nu denk ik dat er niets te verbieden
is, maar enkel te advizeren, maar goed hier komt het vebod
vlees door boeddha Zie verder
Jikoji,
Boedhistisch centrum Berchem
-
|
Terug naar religies

|
|
|